Protestantse Gemeente Winkel e.o.
Lucaskerk
Dorpstraat 177
1731 RE Winkel
0224 542 112
De Lucaskerk in Winkel
De kerk in Winkel werd jarenlang in de volksmond,
bij gebrek aan een naam, "het witte kerkje" genoemd.
Nog niet zo heel lang geleden heeft men terug kunnen vinden dat de beschermheilige van het oorspronkelijke R.K. kerkje de heilige Lucas was.
Dan gaat het om Lucas, de evangelist, schrijver van het 3e evangelie
en van de Handelingen der Apostelen. Zijn naam betekent:
"geboren bij het eerste daglicht".
Hij is een Jood, afkomstig uit Antiochië, het huidige Antakya in Syrië.
Lucas is arts van beroep en wordt genoemd als medewerker van de
apostel Paulus.
Het symbool van de evangelist Lucas is de gevleugelde stier of os met een aureool en een boek.
Dat verwijst naar de kracht en de vruchtbaarheid in het licht van de opstanding van Jezus Christus.
Vandaar de huidige naam "Lucaskerk".
Het gebouw dat er nu staat is in 1845 gebouwd ter vervanging van een in 1843 gesloopte kerk. In 1867 is de toren wegens verzakkingen grotendeels afgebroken en opnieuw opgebouwd.
Het prachtige Knipscheer orgel is uit 1862. De grafstenen in de kerk, die allemaal uit de 17e eeuw stammen, de herenbank uit 1671 en de preekstoel die uit de dezelfde tijd is, geven al een veel eerdere geschiedenis aan.
Kijken we naar het torenuurwerk dat waarschijnlijk stamt uit het eind van de 14e eeuw, uit 1380 of later, waarmee het tot één van de oudste nog werkende torenuurwerken ter wereld behoort, dan komen we nog vroeger in de geschiedenis uit! Dat wordt bevestigd door de torenklok die de het Latijnse inschrift draagt: "ihesus maria iohannes gherardus de wou me fecit anno domini MCCCLXXX" hetgeen vertaald betekent": "Jezus Maria Johannes Gerardus de Wou heeft mij gemaakt in het jaar des Heren 1380".
Verder weten we uit die periode niet veel. Van die tijd daarvoor is nog minder bekend. Wat wél bekend is, is dat er al heel vroeg, vanaf ca. 1100, in de "Hoek"of "Winckel"( denk aan de term "winkelhaak") van de oude Zuiderzee, een aanlandingsplaats was voor kleine zeeschepen. Om z'n gunstige ligging tussen Medemblik en Kolhorn, had deze plaats ook strategische belang. Op de verhoogde ligging en op een terp verschenen de eerste vissershuisjes en een kleine kerk (de huidige kerk staat inderdaad nog op een terp). Als je deze dingen leest, zou je zo graag eens een blik werpen op hoe het er in die vroegste tijd uit gezien moet hebben. We kunnen er alleen maar over dromen en fantaseren. Wat daarbij nog zou kunnen helpen is als u eens omhoog kijkt naar het topje van de toren.

Daar staat als windwijzer niet een kruis of een haantje, maar een zeepaardje! Dat kan natuurlijk verwijzen naar de ligging eertijds aan zee. Maar kijk dan maar eens nauwkeuriger, dan gaat het niet om een gewóón zeepaardje. Nee de windwijzer bestaat uit het hoofd, de voorbenen en de borst van een "landpaard" zal ik maar zeggen, met aan de achterkant een vissenstaart! Daarmee wordt een heel interessante verbinding gelegd tussen het leven van de zee en het leven op het land.
Wordt ermee uitgesproken "dat alles ligt in Gods Hand"? Wie zal het zeggen...........?
ds. Jaap Jonkmans
Mechanische torenuurwerken
Al sinds de oudheid heeft de mensheid willen beschikken over middelen om de tijd te meten. Allereerst werden de, volgens vaste perioden verlopende, natuurverschijnselen gebruikt, zoals de maan- en zonnestanden. De behoefte aan een fijnere tijdmeting, in het bijzonder voor de uren tussen zonsopgang en zonsondergang, bleef echter bestaan. Deze behoefte werd tot de uitvinding van het mechanische uurwerk voornamelijk vervuld door zonnewijzers en wateruurwerken.
Hervormde kerk Winkel. Het oudste uurwerk (ca. 1420) in Nederland met later toegevoegde lange slinger. Links het gangwerk, rechts het slagwerk. Foto: RDMZ
Zijaanzicht smeedijzeren uurwerk in de kerk te Winkel, Noord-Holland. Vooraan: het koord om de wals gewikkeld, waarmee het gewicht wordt opgetrokken. Foto: RDMZ
De uitvinder van het mechanische torenuurwerk is niet bekend, maar moet wellicht worden gezocht worden in de toenmalige kloosters; centra van kunst, wetenschap en techniek. Vooral in leefgemeenschappen die beheerst werden door een strenge tijdsindeling voor de gebedsuren, zoals bij de Benedictijner en Cisterciënzer kloosterorden, was er grote interesse voor het kunnen aangeven van de juiste tijd. De nederzettingen die rond de kloosters ontstonden, ervoeren mede de zin van het aangeven van vaste tijden. De eerste torenuurwerken, eind 13de eeuw, gaven alleen de tijd aan door het slaan van de uren op de klok. Een zichtbare aanduiding door middel van wijzerplaten, eerst met slechts een enkele wijzer, verscheen pas in het midden van de 15de eeuw. De eerste vermelding vinden we in de Rekeningen van de Hollandse Grafelijkheid uit 1464.
Nauwkeurige tijd
Allerlei voorschriften van stedelijke overheden en gilden, zoals de tijdstippen van openen en sluiten van de stadspoorten, begin- en eindtijden van markten en het afdekken van de smids- en kookvuren waren aan een vaste tijd gebonden. Ook voor het kunnen vaststellen van begin- en eindtijd van de betaalde arbeid was een nauwkeurige tijdmeting noodzakelijk. Het torenuurwerk vervulde op deze manier een belangrijke rol in het dagelijkse leven. In wezen wordt deze belangrijke rol onderstreept door de wijze waarop door opeenvolgende generaties steeds is gezorgd voor een goede openbare tijdsaanwijzing. Zo blijkt uit oude geschriften dat overheden er veel voor over hadden om een vakman aan zich te binden als 'klokkestelder' om te zorgen voor onderhoud en gelijklopen van de uurwerken.
De behoefte aan een nauwkeuriger tijdregelend element was al eerder aanwezig, maar deze werd pas vervuld toen onze landgenoot Christiaan Huygens (op basis van de theorie van Galilei), het toepassen van de slinger voor uurwerken uitvond en in 1657 het octrooi hierop verkreeg.
De negentiende eeuw
Naarmate het maatschappelijk leven complexer werd, werd de behoefte aan exacte tijdsaanduiding steeds groter. In de 19de eeuw zien wij een sterke ontwikkeling van handel en industrie en een daarmee gepaard gaande toename van het verkeer. De oude smeedijzeren torenuurwerken voldeden niet meer aan de steeds hoger gestelde eisen van nauwkeurigheid. In deze periode verschijnen uiterst nauwkeurige, industrieel vervaardigde torenuurwerken. Tal van nieuwe systemen om de slingertijd zeer constant te houden verbeterden de gangnauwkeurigheid tot afwijkingen van enkele seconden per maand en zo verscheen in 1859 aan de Domtoren te Utrecht de eerste minuutwijzer.
De twintigste eeuw
Aangezien in de 20ste eeuw elektrische en elektronische varianten (zoals synchroonmotor en moederklok) beschikbaar kwamen, vond menig eigenaar het beter om de oude uurwerken te vervangen, in plaats van tijd en geld te investeren in onderhoud en reparatie van de aanwezige uurwerken. Veel mechanische uurwerken zijn sindsdien buiten werking gesteld, naar onbeschermde locaties verhuisd of zelfs verdwenen.
Het besef dat daarmee een cultuurhistorisch element van betekenis teloor ging, leefde maar bij weinigen. Als gevolg van het feit dat het torenuurwerk verborgen zit en dat betrekkelijk weinig mensen hiermee te maken hadden, werd het een vergeten en dus verwaarloosd monument.
Dit artikel is afkomstig uit de brochure Mechanische torenuurwerken, RDMZ info Restauratie en beheer nr. 15, augustus 1999.
Instelling:
Rijksdienst voor de Monumentenzorg
Publicatiedatum:
24 november 2003
Knipscheerorgel Winkel
Organisten
Dhr. Klaas Boonstra
Dhr. Ivo van Hijum
Dhr. Gerrit Ploeger (organist Lucaskoor)
Dhr. Frans Visser
Dhr. Ralf Nagelkerke
Dhr. Nico Voogd
Dhr. Alex Peet
De dienstregeling voor de organisten wordt verzorgd door
Dhr. Nico Voogd 0224-542376